
|
Van stadspoort tot waag |
Het waaggebouw werd in 1488 gebouwd als stadspoort van Amsterdam, de Sint Anthonispoort. In het torentje aan de kant van de Zeedijk bevindt zich een steen met inscriptie die daaraan herinnert: 'MCCCCLXXXVIII (1488) de XXVII (27ste) dach in April wart d'eerste steen van dese poert gheleit.'
De Sint Anthonispoort was een van de drie hoofdpoorten van Amsterdam. De andere waren de Regulierspoort, waarvan het onderste deel van de Munttoren een restant is, en de oude Haarlemmerpoort, die niet meer bestaat.
In 1601 werden de oude stadsmuren geslecht in verband met stadsuitbreidingen. De Sint Anthonispoort bleef daarbij gespaard, maar verloor uiteraard zijn functie. Aan weerszijden werd een deel van de grachten gedempt zodat er een plein ontstond: de Sint Anthonismarkt - de huidige Nieuwmarkt. In 1617 kreeg de voormalige stadspoort de bestemming van waaggebouw. Enkele van de schietgaten werden vergroot tot ramen, waardoor het gebouw een meer open karakter kreeg.
De Amsterdamse kooplieden waren verheugd over het nieuwe waaggebouw, omdat de oude Waag op de Dam door de explosieve groei van de handel overbelast was geraakt. |
Gilden |
Ook de bovenverdieping van de voormalige stadspoort kreeg een nieuwe bestemming. De grootste ruimte werd wachtlokaal voor een van de vendels van de schutterij. De overige vertrekken werden toegewezen aan diverse gilden.
Elk gilde kreeg een eigen opgang. Allerlei details aan de buitenzijde herinneren nog aan die tijd. Zo bevindt zich boven de toegangsdeur tot het Sint Lucasgilde - het gilde van de schilders - een reliëf met de evangelist Lucas, herkenbaar aan de os aan zijn zijde. Boven de deur van het Sint Eloygilde zit het wapenschild van het smedersgilde met daarop onder andere een gekroonde hamer. En boven de deur die naar de vertrekken van het chirurgijnsgilde leidde, is nog altijd het opschrift theatrum anatomicum te lezen. |
Verfraaiingen |
Het metselaars- en het chirurgijnsgilde hebben de meeste invloed gehad op het uiterlijk van het gebouw. Zo waren de metselaars verantwoordelijk voor tal van verfraaiingen aan binnen- en buitenzijde, waaronder het trappenhuis, de haardsteden, de raamkozijnen en de decoraties aan de torens.
De chirurgijns op hun beurt lieten centraal in het gebouw een achthoekig, houten koepelgewelf bouwen, dat beschilderd werd met de wapenschilden van de heelmeesters. In deze ruimte richtten zij een amfitheater in om anatomische lessen te geven. In het midden stond een ontleedtafel waarop het lijk van een veroordeelde werd ontleed. Dergelijk lessen, die openbaar toegankelijk waren, waren immens populair bij de Amsterdamse bevolking. Speciaal voor deze zaal schilderde Rembrandt in 1632 zijn beroemde Anatomische les van dr. Nicolaes Tulp, dat tegenwoordig in het Mauritshuis in Den Haag hangt. |
Negentiende twintigsteeeuw |
Toen de gilden aan het begin van de negentiende eeuw werden afgeschaft, verloor het voormalige waaggebouw (als laatste van alle waaggebouwen) zijn functie. Lange tijd heeft het op de nominatie gestaan om gesloopt te worden. Gelukkig is het daar nooit van gekomen, mede doordat er geen geschikte behuizing voorhanden was voor het onderbrengen van de medische collectie en voor het geven van anatomisch onderwijs.
De Waag heeft de meest uiteenlopende huurders zien komen en gaan. Zo deed het gebouw in de negentiende eeuw achtereenvolgens dienst als stadsschermzaal, meubelmakerij, werkplaats voor stadsolieverlichting, brandweerkazerne en gemeentearchief. Gedurende een groot deel van de twintigste eeuw heeft de Waag een museale functie gehad: van 1926 tot 1932 was het Amsterdams Historisch Museum er gehuisvest en daarna, tot 1987, het Joods Historisch Museum.
|
Eenentwintigsteeeuw |
Sinds 1996 huisvest de Waag een tweetal organisaties. De Waag Society is een stichting voor oude en nieuwe media en is gevestigd in de bovenste verdiepingen van het gebouw. Op de benedenverdieping van het gebouw bevindt zich Restaurant-Café In de Waag. Beide organisaties geven uiting aan de publieke functie die het monumentale pand heeft.
|
|

|